dit is wat een schilder zou zien:
de gebleekte graskant, kastanjes
en linden, het warme maar heengaande
licht van de avond en tegen de haag
op de andere oever een loper, en zijn
gedachten, hoe schilder je die
en boven het water de meeuwen
en tussen het licht- en het donkerder groen
de plecht van een jacht, het schuiven
der dingen, de richtingen
het water zelf kun je hier waar wij zitten
niet zien en ik vraag me nog af hoe je
afstanden schildert, steeds lichter misschien
tot je wit overhoudt, en hoe het verleden
toen jij daar nog liep
de gebleekte graskant, kastanjes
en linden, het warme maar heengaande
licht van de avond en tegen de haag
op de andere oever een loper, en zijn
gedachten, hoe schilder je die
en boven het water de meeuwen
en tussen het licht- en het donkerder groen
de plecht van een jacht, het schuiven
der dingen, de richtingen
het water zelf kun je hier waar wij zitten
niet zien en ik vraag me nog af hoe je
afstanden schildert, steeds lichter misschien
tot je wit overhoudt, en hoe het verleden
toen jij daar nog liep
hoe schilder je dat je nooit weer
daar zult lopen, tegenstribbelend
aan je vaders hand
Miriam Van hee heeft vandaag de Herman de Coninckprijs voor poëzie gewonnen. Ze kreeg met haar bundel de voorkeur van de jury én met dit gedicht de voorkeur van het publiek.
Maar niet van mij…
Misschien ben ik nog niet oud genoeg om de melancholie van Van hees gedicht te vatten?
Nu, ik vond alle genomineerden sterk, maar mijn stem ging naar ‘Ik zie jou zo’ van Mark Insingel. Geestig toch, dat sommige mensen zo kunnen spelen met woorden?
Misschien ben ik nog niet oud genoeg om de melancholie van Van hees gedicht te vatten?Nu, ik vond alle genomineerden sterk, maar mijn stem ging naar ‘Ik zie jou zo’ van Mark Insingel. Geestig toch, dat sommige mensen zo kunnen spelen met woorden?
Ik zie jou zo,
zo moet jij zijn.
zo moet jij zijn.
Jij moet zo zijn
als ik jou zie.
als ik jou zie.
Zo zie ik jou
als jij moet zijn.
Zo moet jij zijn:
dat ik jou zie.
Oh! Fijn voor Miriam Van hee, maar mijn voorkeur ging ook uit naar een ander gedicht – het hare vond ik “slechts” een tweede plaats waard.
“Van het doosje” van Guido De Bruyn sprak me veel meer aan – ik was – en ben het eigenlijk nog steeds – zo nieuwsgierig naar wat er nu in dat doosje zit!
Van het doosje
Van het doosje
daar op de rand van de kast
kennen we de inhoud.
Groot en klein in huis
kent de inhoud van het doosje
daar op de rand van de kast.
Bezoekers niet.
Bezoekers lichten ook niet
het deksel van het doosje daar op de rand van de kast.
wij wel, maar
nooit als er bezoekers zijn.
Dat is een stille afspraak
tussen groot en klein in huis:
licht nooit het deksel van het doosje
daar op de rand van de kast
in het bijzijn van bezoekers.
Beid hen iets te drinken aan,
poets hun schoenen,
geef hen desnoods onze laatste boterham.
Kortom: wees gastvrij, zodat ze graag
terugkomen in ons huis.
Maar licht nooit
het deksel van het doosje
daar op de rand van de kast.